De kringflank.
Het is goed belangrijk te zijn maar het is belangrijker goed te zijn.
Bij het kringflanken draait het lichaam in een ellipsvormige baan om het ophangpunt. Het ophangpunt is in dit geval de schoudergordel. De schoudergordel is niet een vaststaand punt, maar draait eveneens in het rond, zij het met een halve cirkel verschil. Dit betekent dat de schouders achter zijn als de benen voor zijn, de schouders links zijn als de benen rechts zijn etc. Via deze manier wordt iedere actie van de benen gecompenseerd door een tegenactie van de schouders. Kringflanken is zwaaien. Dat betekent dat ook hier sprake moet zijn van het zwaaiprincipe slingerverlengen-slingerverkorten. Slingerverlengen is mogelijk door het lichaam licht te overstrekken en slingerverkorten door licht af te vlakken. Er is sprake van voortdurend wisselen van een overstrekte naar een rechte/afgevlakte positie. De heupen maken een kurbetaktie. Het bovenlichaam verandert niet van houding tijdens het flanken Het blijft afgevlakt/rond.
