Judotechnieken

Judo kent vele technieken, van technieken om de tegenstander tegen de grond te werpen tot technieken om die tegenstander op de grond te houden. Deze technieken zijn gebaseerd op een tweetal grondbeginselen van judo. Het eerste is dat iedere techniek, iedere beweging een 'zo groot mogelijk effect' moet hebben.

 

Het tweede principe, 'elkaar helpen en begrijpen', maakt judo tot een oefening waarbij partners elkaar helpen om vooruitgang te boeken. Als men zich aan deze beginselen houdt, zullen de volgende technieken met veel plezier en behendigheid worden geleerd.
Want  dit is niet de bedoeling...

 

 

Worpen ( Tachi - Waza)

1. Armworpen (Te-Waza)

2. Heupworpen (Koshi-Waza)

3. Beenworpen (Ashi-Waza)

4. Schouderworpen (Kata-Waza)

5. Offerworpen (Sutemi-Waza) 

Grepen ( Ne - Waza)

1. Houdgrepen (Osae Komi-Waza)

2. Verwurgingen (Shime-Waza) *

3. Klemmen (Kansetsu-Waza) *

 

* Voor de verontruste ouders; deze technieken mogen pas vanaf 13 jaar worden toegepast.

 

Elke categorie met technieken kent vele variaties. Daarom is het onmogelijk om alle armworpen, beenworpen, etc in één keer te leren. Dus zijn er verschillende niveau's of graden, waarbij men zich beperkt tot een klein deel uit elke categorie. Zodra men die technieken denkt te kennen, kan men examen doen. Het examen wordt afgenomen door twee judokas van het meester-niveau. Als het examen met goed gevolg wordt gedaan, krijgt men een diploma en een nieuwe band.

Sportvereniging Snel & Lenig
Wassenaar